Veilig werken met kinderen.
Winkelwagen

Blog

De tweede helft speelde zich af in de kleedkamer

Met een spierwit gezicht lag hij op de koude vloer van de kleedkamer. Zijn voetbalshirt had hij al uitgetrokken. Daarna was hij in elkaar gezakt. Op dat moment stond ik nog te wachten langs de lijn van het voetbalveld. De tweede helft van de voetbalwedstrijd van mijn zoon zou bijna beginnen. Totdat mijn man mij riep. ‘Je moet nu naar de kleedkamers!’.

Hijgend kom ik de kleedkamer binnen. De grensrechter is bezig de jonge voetballer te reanimeren. Ik zie dat het Thijs is. De verdediger uit het team van mijn zoon. ‘Kan ik wat doen? Ik heb BHV.’ ‘Neem maar over’, zegt hij. Zonder erbij na te denken kniel ik naast Thijs. De woorden van mijn BHV-trainer gonzen door mijn hoofd. ‘Ook al doe je iets verkeerd, breek je een rib of wat dan ook, het maakt niet uit. Als je maar iets doet.’

Die gedachten verdwijnen snel naar de achtergrond. Ik hoor mijzelf hardop tot dertig tellen terwijl ik Thijs borstcompressies  geef. ‘Er moet nu een AED komen!’, schreeuw ik tussen de hartmassage en het beademen door. Vanuit de hoek van de kleedkamer hoor ik mijn man roepen. ‘Ga door, ga door! Hij krijgt alweer wat kleur!’. Ik geef Thijs een tik in zijn gezicht. ‘Kom op nou!’ roep ik. Dan komt iemand met de AED binnen. Het apparaat zegt precies wat ik moet doen. Ik plak de plakkers op zijn lichaam. Zoals een leeuwin waakt over haar jongen, strek ik mijn handen uit over Thijs’ lichaam. ‘Niet aankomen!’ roep ik voordat ik op de knop van de AED druk. Langzaam begin ik ook te geloven dat hij weer wat kleur krijgt. In totaal geef ik Thijs drie keer een stoot. Daarna ga ik weer door met de hartmassage.

Ik heb geen idee hoe lang ik bezig ben als een politieagente binnenkomt en het van mij overneemt. Terwijl zij de borstcompressies doet, blijf ik beademen. Niet veel later staan de ambulancebroeders in de kleedkamer. Iedereen moet de kleedkamer verlaten. Als ik een paar minuten later in de bestuurskamer zit bij te komen, hoor ik dat Thijs met hartslag de ambulance in is gegaan.

Het aantal speelminuten van het team bleef die middag staan op 45 minuten. De wedstrijd ging door in de kleedkamer. Hoe de wedstrijd op het veld was afgelopen zullen we nooit weten. Met Thijs liep het gelukkig goed af. Ik ben nog altijd trots als ik hem zie op de voetbalclub als trainer van een jeugdteam. Op hem én op mezelf.

Voetbal reanimatie Incase Blog

Durf jij mond-op-mondbeademing te geven?

Met een Kiss-of-Life wel

Een gewetensvraag: je loopt op een avond in de stad. Vlakbij zie je een man op de grond liggen. Het gaat niet goed met hem. Een groepje omstanders kijkt ernaar. Iemand belt 112. Maar verder gebeurt er weinig. Te weinig, want jij ziet al snel dat de man reanimatie en dus mond-op-mondbeademing nodig heeft. Maar… er zit wat schuim op zijn mond. Wat doe je?

 

Een Kiss-of-Life om jezelf te beschermen

Reanimatie en mond-op-mondbeademing is heftig om mee te maken. Daarom proberen we de drempel zo laag mogelijk te maken om in actie te komen. Met een Kiss-of-Life kun je iemand beademen, zonder dat je direct met de ander in contact komt. Het is een beademingsmasker. Een veilig idee als iemand bijvoorbeeld bloedt of overgeeft.

 

We delen er 10.000 uit!

Iedere cursist krijgt dit jaar een sleutelhanger met Kiss-of-Life van ons. Een cadeautje om te vieren dat we 20 jaar bestaan. Wist je dat zo’n sleutelhanger je er ook aan herinnert dát je mond-op-mondbeademing kunt geven? Een mooi bijeffect: het houdt de vaardigheden die je hebt geleerd tijdens de training levendig.

 

Enne… we vinden het zelf dus echt een geweldig idee dat er over een tijdje 10.000 mensen rondlopen met een Kiss-of-Life op zak. Hoeveel levens worden daarmee gered?

 

>>> Zelf leren reanimeren? Geef je nu op voor de training


Incase 20 jaar!

“Je hoeft niet bang te zijn voor pleisters en een schram”

 

Incase bestaat 20 jaar. En daarom trakteren we een aantal kinderdagverblijven op een exclusieve workshop over EHBO met Arjan Smit van Sesamstraat. Hoe kun je kinderen nu op een leuke manier laten wennen aan een verbanddoos?

 

“Beer Cees heeft zijn pootje gestoten. Wat moeten we nu doen? Zit er misschien iets in de koffer wat we kunnen gebruiken” Tien peutertjes kijken van de beer naar de EHBO-koffer en weer terug. Ze zijn nog een beetje verlegen deze ochtend. Maar Arjan Smit weet precies hoe hij daarmee om moet gaan. Hij moedigt één van de kinderen aan. “Wil jij deze pleister op de beer plakken?”

 

Arjan Smit: “De workshops zijn echt een feestje. Het doel is om te laten zien dat je niet bang hoeft te zijn voor pleisters en een schram. Als ik vroeger een wondje had, dan kwam er zo’n spuitbus waarop stond prikt niet. Nou dat prikte dus wel. Daarom vind ik het zo’n mooi onderwerp om met peuters te bespreken. Kinderen ervaren een wondje heel anders dan de ouders.

 

Wat we precies tijdens de workshop gaan doen, is nooit te voorspellen want iedere groep is anders. Ik creëer binnen bepaalde kaders ruimte voor hun verhalen. Daarvoor kijk ik heel goed naar kinderen, wat kunnen ze al wel en wat nog niet? Begrijpen ze dat de beer pijn heeft en dat je hem kunt helpen? Ieder kind kan op zijn eigen niveau meedoen. Dat is echt ontzettend leuk.”

 

Ondertussen is de verlegenheid bij de meeste peuters al aardig weggeëbd. Er graaien er drie tegelijk in de EHBO-koffer. Beer Cees zit volgeplakt. Er wordt gegiecheld. En nu beginnen de kinderen zichzelf vol te plakken met de kleurige kinderpleisters. “Eigenlijk zou iedereen met kinderen zo’n EHBO-koffer moeten hebben. Doordat de EHBO-spullen van Incase er ook leuk uitzien, komt het allemaal minder bedreigend over. En dat is nou ook precies het doel van deze workshop. Je hoeft niet bang te zijn voor een wondje.”

De foto's van de kinderen zijn allemaal met toestemming van de ouders en Arjan gemaakt. © Incase B.V.


<div style="border-bottom: 1px solid #0680c4; margin-bottom: 100px;"></div>